Honing

Honing is een natuurlijk middel dat gemaakt wordt door bijen uit nectar. Honing bestaat voor ongeveer 80 % uit suikers, voornamelijk uit glucose, fructose en saccharose, en uit diverse mineralen en sporenelementen. Het enzym glucode oxidase wordt door de honingbijen aan de honing toegevoegd en zorgt voor een antibacteriële werking.

De wondhelende eigenschappen van honing waren al bekend bij oude beschavingen zoals bijvoorbeeld de Egyptenaren ten tijde van de farao's en de Midden-Amerikaanse Maya's. Tijdens de Eerste Wereldoorlog gebruikten soldaten honing om hun wonden te verzorgen en te desinfecteren. Maar ook tegenwoordig is de interesse in het gebruik van honing in huidverzorging toegenomen. Dit heeft vooral te maken met het steeds grotere probleem van antibioticaresistentie van bacteriën en de zoektocht naar alternatieven voor deze antibiotica.
Wetenschappelijk onderzoek heeft de laatste jaren aangetoond dat honing een antibacteriële werking heeft en geïnfecteerde wonden snel weer bacterie-vrij kan krijgen. Honing uit de supermarkt bevat vaak te weinig enzymen om medicinaal toepasbaar te zijn; tijdens het productieproces wordt deze honing vaak verhit. Dit doodt de enzymen en vermindert de ontstekkingsremmende en antibacteriële werking.

Inwendig gebruik
Het is één van de oudste door de mens gebruikte voedingssupplementen. Honing is een rijke energiebron en heeft een lichte antiseptische werking. Vroeger werd het gebruikt bij de behandeling van brandwonden en kleine snijwonden. Verder is honing verzachtend voor de keel, goed voor de maag en is het weerstand bevorderend.

Uitwendig gebruik
Als huidmiddel voor de behandeling van wonden en insectenbeten. De lage pH waarde van honing en de werking van honingenzymen spelen een belangrijke rol bij de wondhelende eigenschappen. De suikers in honing houden de wond vochtig door wondvocht aan te trekken. Hierdoor groeit de wond makkelijker dicht.