Kiyoh 8.7

Rhinopneumonie bij paarden

rhinopneumonie-bij-paarden

Wat is Rhinopneumonie?

Rhinopneumonie, ook wel Equine Herpes Virus (EHV), is een virusziekte dat veroorzaakt wordt door het herpes virus. Daarin zijn twee soorten te onderscheiden: EHV1 en EHV4. Net zoals bij een mens met een koortslip (ook herpes) blijft het virus altijd in het lichaam, het is slapend totdat de weerstand van het paard lager is. Dan kan het tot uiting komen en het paard weer ziek maken. Waarschijnlijk hebben alle paarden in Nederland het EHV4 virus bij zich en zo’n 30% heeft ook de EHV1.

Neurologische vorm van EHV1

EHV1 is de meest gevaarlijke vorm. Dit virus is namelijk de veroorzaker van de abortus en neurologische vorm van Rhinopneumonie. Gelukkig komt de neurologische variant niet heel vaak voor, maar deze heeft wel grote consequenties voor het paard. De neurologische vormt begint vaak met een slappe staart en ataxie verschijnselen. In ernstige gevallen kunnen er verlammingsverschijnselen optreden in de achterbenen en soms ook de voorbenen. De verschijnselen van deze variant treden snel op na de besmetting (1-14 dagen). In ernstige gevallen zijn de paarden helaas niet meer te helpen.

Abortus door EHV1

Maar EHV1 veroorzaakt ook de abortusvariant van Rhinopneumonie. Deze variant komt regelmatig voor en veroorzaakt abortus of veulens die zeer zwak zijn. Veulens die levend geboren worden, sterven uiteindelijk vaak alsnog. Deze variant is de nachtmerrie voor elke fokker, want vaak zijn er meerdere drachtige merries op een stal die dan het virus hebben. Besmetting met het virus is meestal binnen 2 maanden, maar kan ook al langer geleden zijn. Merries herstellen vaak goed van het virus en kunnen weer drachtig worden.

EHV 4, een griepje

Met het EHV4 virus komen vrijwel alle paarden in aanraking. Vooral jonge paarden zijn gevoelig voor dit verkoudheidsvirus. Paarden krijgen koorts, hoesten, hebben een snotneus en soms dikke benen. Je kunt deze variant zien als een griepje. Het EHV4 virus heeft een incubatietijd van 2-10 dagen. En meestal zijn de paarden met een week weer aan de betere hand.

Kopie_van_Kopie_van_Zonder_titel

Hoe voorkom je besmetting?

Zoals eerder aangegeven zijn waarschijnlijk alle paarden drager van het EHV4 virus en 30% van de paarden ook met EHV1. Besmetting verloopt via de voorste luchtwegen. Briesen, hoesten en neusuitvloeiing zijn de grootste besmettingsbronnen. Maar ook het gebruik van elkaars stal of drinkbak kan een besmetting veroorzaken. Bij de abortusvariant is het vruchtwater zeer besmettelijk, evenals het veulen. De merrie is ook nog een tijd besmettelijk als zij de baarmoeder opschoont.


Besmetting kan dus voorkomen worden door zieke of onbekende paarden niet te laten neuzen en ook niet gebruik te maken van andermans spullen. Ook persoonlijke hygiëne is erg belangrijk bij een uitbraak. Desinfecteren van handen en kleding (of omkleden) voordat je een ander paard aanraakt is erg belangrijk.


Paarden die besmet zijn dienen geïsoleerd te worden gehuisvest, zodat zij andere paarden niet kunnen besmetten.
Maar ook goede stalventilatie is van groot belang. Als de ventilatie goed is zal er vrijwel geen besmetting via de lucht kunnen optreden. Maar de frisse lucht draagt ook bij aan een algemene betere gezondheid van het paard. De weerstand zal beter zijn, waardoor het virus minder snel tot uiting kan komen.

Wel of niet enten?

Enten tegen het abortus en/of neurologische variant heeft alleen zin als de gehele stal geënt wordt en zich consequent houdt aan het vaccinatieschema. De antistoffen kunnen namelijk niet op tegen een grote infectiedruk. De vaccinatie zorgt ervoor dat de uitscheiding van het virus lager is, waardoor paarden minder ziekteverschijnselen krijgen.
Enten geeft helaas geen zekerheid dat het paard helemaal niet ziek zal worden. Overleg met je dierenarts over de vaccinaties en of het voor jouw paard zinvol is.

Hoe ondersteun je een paard?

Bij de abortus variant en neurologische variant is de hulp van een dierenarts noodzakelijk. Niet alleen voor het vaststellen van het virus, maar ook om het paard te ondersteunen met medicatie. Afhankelijk van de ernst van de verschijnselen zal er door de dierenarts een behandelplan worden opgesteld.
 
Elk paard is wel eens verkouden, weersveranderingen of stress verlagen de weerstand waardoor het paard een verkoudheid kan oplopen. Inmenging van de dierenarts is dan niet altijd nodig, waardoor ook niet altijd bekend is of het om het EHV4 virus gaat.
Verkouden paarden hebben baat bij een weerstandsverhogend middel en indien nodig een supplement om vrijer te kunnen ademen.
 
Over het algemeen geldt dat de weerstand van het paard zo goed mogelijk moet zijn. Probeer zaken die de weerstand kunnen verlagen te voorkomen (zoals bijvoorbeeld stress). Als het paard een goede weerstand heeft kan het slapende virus niet gemakkelijk ontwikkelen tot een actief virus.
 
Rhinopneumonie is niet een aangifteplichtige ziekte, dit betekent dat je bij een uitbraak niet verplicht bent om dit te melden bij een overheidsinstantie of paardensportorganisatie. Wel is dit natuurlijk aan te raden om verspreiding te voorkomen en om eigenaren te waarschuwen.

Meer weten over Rhino?

Heb je nog vragen over dit onderwerp of wil je een persoonlijk advies? Neem dan gerust even contact met ons op, we helpen je graag! 

Producten die bijdragen aan de algemene weerstand

Kopie_van_Kopie_van_Zonder_titel_5_

Delen: