« naar 'Gezondheid en Verzorging'
Voorbeen
Schoudergewricht en omgeving 1 Een hematoom als gevolg van een klap, val of stoot in dit gebied (komt regelmatig voor) 2 Een overvulling van het boeggewricht door een ontsteking (komt zelden voor) 3 Een overvulling van de slijmbeurs door een ontsteking van de slijmbeurs voor op het boeggewricht (komt eveneens zelden voor)
Elleboog 4 Een legger; dit is een overvulde of ontstoken slijmbeurs op de punt van de elleboog. Een legger wordt meestal veroorzaakt door de takken van het hoefijzer of een harde, oneffen ligplaats 5 Een hematoom; komt meestal voor op de zijkant van de elleboog als gevolg van een klap, stoot of val 6 Een overvulling van het ellebooggewricht door een ontsteking (komt zelden voor)
Onderarm 7 Overvulling van de peesschede van de strekpezen; dit is zichtbaar als een langwerpige zwelling aan de voorkant van het been, vlak boven de knie 8 Een hematoom als gevolg van een klap; komt meestal voor aan de voor- of buitenkant
Voorknie 9 Een springknie; dit is een overvulling of ontsteking van de slijmbeurs 9A Overvulling van peesscheden door een val, klap of stoot 10 Een hematoom op de voorzijde van de knie; eveneens veroorzaakt door een val, klap of stoot 11 Overvulling van het kniegewricht door een ontsteking. Deze komt, met uitzondering van een acute infectueuze ontsteking door veulenziekte, niet zo vaak voor
Pijp 12/13 Een peesontsteking door overbelasting of een blessure; er kan sprake zijn van een ontsteking van de buigpezen (12) op de achterkant van de pijp of van de strekpees (13) op de voorkant van de pijp. Afhankelijk van het acuut of chronisch zijn, is deze zwelling zachter of harder 14 Een schiefel op de binnen- of buitenkant van de pijp; deze is altijd hard 15 Een schiefel op de binnen- of buitenkant van het griffelbeen; dit is vaak het gevolg van een griffelbeenfractuur. Ook deze verdikking is hard
Kogel 16 Een gal; dit is een overvulde peesschede, zichtbaar als een langwerpige zwelling aan de binnen- of buitenkant van de kogel, boven het kootgewricht. Een gal kan meer of minder zacht zijn; erg oude gevallen zijn vaak hard. 17 Overvuld kootgewricht door slijtage of een acute of chronische ontsteking; zichtbaar als kleine, ronde zwellingen aan de binnen- en buitenkant midden op het gewricht
Koot 18 Een overvulling van de peesschede van de diepe buiger; zichtbaar als een zwelling op het midden van de achterkant van de koot 19 Hoge overhoef door artrose van het kroongewricht; zichtbaar op de voorzijde en binnen- en/of buitenkant van de koot, vlak boven de kroonrand 20 Lage overhoef door artrose van het hoefgewricht; alleen zichtbaar op de voorkant van de koot, een paar centimeter boven de kroonrand
Achterbeen
Heupgewricht en omgeving 21 Een hematoom in de broekspieren door een val of klap op de zijkant of achterzijde
Kniegewricht 22 Mouw; dit is een overvulling van het kniegewricht, de oorzaak kan zijn: • Een slechte conditie, dan is de zwelling minder ernstig en gaat bij een goede verzorging meestal vanzelf weer over • OCD van het kniegewricht (dan is de zwelling ernstiger) • Een acute infectueuze ontsteking door veulenziekte
Onderbeen 23 Een hematoom door een klap; meestal zichtbaar aan de buitenkant 24 Een pees- of peesschede ontsteking van de achillespees; zichtbaar als een langwerpige zwelling midden op de achterkant vlak boven de hak
Spronggewricht 25 Bolspat; dit is een overvulling van het spronggewricht, zichtbaar aan de voorbinnenzijde en de buitenachterzijde op de sprong. De oorzaak kan zijn: • Een slechte conditie of afwijkende stand (dan is de zwelling redelijk onschuldig) • OCD van het spronggewricht (dan is de zwelling ongunstiger) • Een acute infectueuze ontsteking door veulenziekte (is ernstig) 26 Spat; dit is artrose van de kleine spronggewrichtjes die gepaard gaan met botwoekering. Te zien en te voelen aan de binnenonderkant van het spronggewricht 27 Piephak; dit is een overvulling van de slijmbeurs of een bloeduitstorting in of op de slijmbeurs. Zichtbaar midden achter op de punt van de hak 28 Hazehak; dit is een verdikking van het bot of de pezen. Zichtbaar op de midden achterkant van de sprong, op de overgang naar het pijpbeen 29 Reebeen; dit is een verdikking van het griffelbeenkopje. Zichtbaar op de buiten achterkant van de sprong
Pijp Zie voorbeen
Kogel Zie voorbeen
Koot Zie voorbeen
Aan het hoofd en de hals
30/31 Lymfeklierzwelling als gevolg van luchtweginfecties of droes (30) tussen de kaaktakken van de kaaklymfeklieren, (31) in de keelgang door de keellymfeklieren 32 Zwelling rondom de lymfeklieren door ontsteking van de lymfeklieren 33 Zwelling tussen de kaaktakken of in de keelstreek als gevolg van speekselklierontsteking van de ondertongspeekselklier of de oorspeekselklier 34 Cystes van de talg- of zweetklieren, meestal rondom de neus en de oren. Deze zitten in de huid en zijn beweegbaar. Dit komt door overproductie van talg of zweet in de klieren of door een ontsteking van deze klieren 35 Folliculair cystes; harde diktes aan de onderkaakrand bij jonge paarden als gevolg van het wisselen van de kiezen 36 Een verdikking van de kaakholte; zichtbaar onder het oog. De oorzaak is ophoping van ontstekingsvocht als gevolg van een ontsteking van de kaakholte waardoor het bot opbolt 37 Abces; meestal door een wond, soms door een injectie 38 Trombose van de halsader; meestal veroorzaakt door langdurige infusen die de vaatwand hebben beschadigd 39 Oedeem; als gevolg van een ontsteking van de halsader of door een slechte hartfunctie
Op het lichaam
Oedeem van de schede en schaamlippen als gevolg van stuwing, dikwijls bij hoogdrachtigheid of als gevolg van de geboorte (niet getekend) 40 Ontsteking van het uier of de geslachtsdelen; met name de voorhuid bij ruinen en hengsten is daar gevoelig voor 41 Schoftbuil; drukking op doornuitsteeksels van de wervels, ter plaatse van de schoft, vaak als gevolg van een gebroken zadelboom. Dit kan ontaarden in een chronische abces 42 Drukkingen op de zadelplaats door een niet goed passen zadel, een geplooid zadeldek en/of vervuiling van de huid of het zadeldekje 43 Pepernoot grote knobbels; vaak zijn dit ontstekingen van de haarzakjes. Deze komen meestal voor op en rond de zadelplaats 44 Hematomen; meestal aan de voor/onderkant van het lichaam en veroorzaakt door aanraking van hindernis materiaal 45 Oedeem aan de onderborst en buik; de oorzaak kan een slechte hartfunctie zijn, maar het kan ook voorkomen bij een hoogdrachtige merrie