« naar 'Uiterlijke verzorging'
Het poetsen van uw paard waarmee gewerkt wordt is belangrijk, omdat vuil tussen de haren wondjes en drukkingen kan veroorzaken. Tevens bevordert het borstelen van uw paard de bloedsomloop en kunt u het paard door het borstelen controleren op gevoelige plekken en wondjes. Daarnaast vinden paarden het vaak heerlijk om gepoetst te worden, dus doet u uw paard er een groot plezier mee!
Voor een goede poetsbeurt heeft u in ieder geval het volgende nodig: - Een rosborstel - Een harde borstel - Een zachte borstel - Gewone haarborstel - Een spons
Paarden op stal hebben dagelijks een poetsbeurt nodig. Paarden die in de wei staan hoeven niet dagelijks gepoetst te worden, tenzij er dagelijks mee getraind wordt. Voordat het paard opgezadeld wordt/ingespannen wordt etc. moet het paard wel gepoetst worden, zodat er geen vuil onder het tuig zit wat voor irritaties en drukkingen kan zorgen. Vooral in de winter is het belangrijk om een paard wat buiten staat niet te vaak te poetsen, aangezien dan het huidvet wordt verwijderd en het paard dit juist zo nodig heeft om de kou en regen te kunnen doorstaan.
Voor het goed poetsen van uw paard is het belangrijk dat de borstels die u gebruikt goed, maar vooral schoon zijn. Met een vieze, kapotte borstel krijgt u geen paard schoon. U begint met borstelen altijd achter de oren van uw paard. U begint uw poetsbeurt met een rubberen of plastic roskam. Hiermee verwijderd u het diepe vuil en de losse haren. U maakt met de roskam stevige, rond draaiende bewegingen, waarbij u langzaam van voor naar achteren werkt totdat u uw hele paard geborsteld heeft. De roskam kunt u niet gebruiken voor het hoofd en de benen van uw paard, deze delen van het lichaam zijn te gevoelig voor zo’n harde borstel. Klop de borstel tijdens het poetsen wel regelmatig uit op bijvoorbeeld een andere borstel of op de grond of muur. Als u het paard aan beide zijden met deze borstel behandeld heeft, gaat u verder met de harde borstel. Met deze harde borstel poetst u al het vuil gemakkelijk van uw paard af. Ook deze borstel gebruikt u niet op het hoofd en de benen van uw paard. U poetst met de harde borstel met de haren mee. Om de laatste restjes vuil te verwijderen en ervoor te zorgen dat uw paard mooi gaat glanzen, gebruikt u nog een zachte borstel voor uw paard. Vooral een borstel van echt haar, schapenvacht of een vette doek zorgen ervoor dat uw paard erg mooi gaat glanzen. Deze borstel kunt u wel voor het hoofd en de benen van uw paard gebruiken. De manen en de voorpluk kunt u het beste met een gewone haarborstel doen. Borstel de staart niet te vaak, want bij elke borstelbeurt gaan er veel haren verloren. Beter is het om de staart vrij regelmatig te wassen en daarna in te spuiten met een anti-klitmiddel. Op deze manier kunt u de staart gemakkelijk uitborstelen, zonder veel haar te verliezen. Voor het schoonmaken van de ogen en de neusgaten gebruikt u een vochtige spons.
Was uw poetsgerei regelmatig uit en gebruik bij voorkeur per paard één borstelset.
Tot slot krabt u de hoeven uit met de hoevenkrabber. Dit is van belang omdat zand, mest, dood gras etc. zich in de voet en tussen de hoefijzers verzameld, vooral rondom de straal. Wanneer dit niet regelmatig verwijderd wordt, bestaat de kans dat het hoorn door het vieze vocht week wordt en wegrot (rotstraal). Daarom moet de hoeven van paarden die op stal staan dagelijks worden uitgekrabd worden. Ook voor en na het rijden doet u er goed aan de hoeven uit te krabben. Voor het rijden is het van belang omdat een paard dan meer grip heeft op de bodem; na het rijden om eventuele steentjes, glas o.i.d. die zich onder de hoef en/of tussen de ijzers zitten te verwijderen. Als dit lang in de hoef blijft zitten, kan het aanzienlijke schade aanbrengen en de hoef verwonden.