« naar 'Kruiden op alfabet'
Latijnse naam: Taraxacum officinale Nederlandse naam: Paardebloem, molsla, leeuwetand Gebruikte delen: Wortel, bladeren
De paardebloem is één van de nuttigste en meest algemene Europese planten. Hoewel de paardebloem pas in de 16e eeuw in de Europese geneeskunde geïntroduceerd werd, groeide zijn reputatie als medicijn toen hij populair werd als sla (molsla) en vervangingsmiddel voor koffie. Oorspronkelijk komt de plant uit Europa en Azië, maar hij groeit nu overal op de wereld op zonnige plaatsen. De paardebloem heeft een sterke, diepe penwortel, langwerpige grondbladeren die speervormig, gezaagd en behaard zijn. De gele bloemen bloeien vanaf de vroege lente. Ze gaan ’s nachts en bij bewolkt weer dicht.
Werkzame bestanddelen: Bitterstoffen, looistoffen, vitaminen A, B, C en D, glycoside, calcium, natrium, kalium, silicium (voor nieuw weefsel), ijzer, mangaan, zwavel, inuline, etherische olie en xantophyl.
Gebruik inwendig: Paardebloem zorgt voor een goede bloedzuivering en de afvoer van afvalstoffen en vocht. Het ondersteunt de lever en draagt bij aan een gezonde darmflora. De bittere smaak van paardebloemen bevordert de eetlust en verbetert de spijsvertering. Het werkt algemeen versterkend en zorgt voor een glanzende vacht. Voor het behoud van soepele gewrichten en een gezonde huidfunctie.
Gebruik uitwendig: Het witte sap uit de stengels kan gebruikt worden voor het behandelen van wratten.