« naar 'Ingredientenwijzer'
Veel mensen gebruiken het woord homeopathie als een verzamelnaam voor alle soorten natuurlijke middelen. Dat is niet juist. Homeopathie is één van de vele natuurlijke geneeswijzen. Er zijn nog diverse andere alternatieve geneeswijzen. Zoals bijvoorbeeld kruidengeneeskunde of aromatherapie. De basis van homeopathie Homeopathie gaat ervan uit dat een stof die bij een gezond dier de ziekteverschijnselen veroorzaakt, diezelfde ziekteverschijnselen bij een ziek dier kan genezen. Het doel van homeopathie is het zelfherstellend vermogen van het lichaam te stimuleren, zodat het lichaam wordt aangezet tot zelfgenezing. Homeopathie gaat ervan uit dat alle symptomen van het zieke dier met elkaar samenhangen. Homeopathische geneesmiddelen Behalve met plantaardige grondstoffen, werkt homeopathie ook met middelen van dierlijke of minerale oorsprong. Bij homeopathie wordt het uitgangsmateriaal altijd gepotentieerd (verdund en geschud). Door deze verdunning werkt het geneesmiddel ongeveer als een vaccinatie; door slechts een heel kleine hoeveelheid van een ziekteverwekkende stof in het lichaam te brengen, reageert het lichaam met de aanmaak van afweerstoffen. De mate van verdunning wordt op de verpakking aangegeven met een 'D'. Hoe hoger het getal achter de 'D', hoe sterker de werking van het middel is. Het is absoluut af te raden om middelen met een hoge verdunning (hoger dan D6) zonder advies van een homeopathisch dierenarts te gebruiken.
Bijwerkingen De middelen kunnen zonder bezwaar in combinatie met andere middelen worden gebruikt en hebben geen bijwerkingen. In een enkel geval kan na het innemen van het product een onschuldige en kortdurende beginverergering van de klachten voorkomen. Dit past in het werkingsbeeld van de homeopathie en geeft aan dat het paard op het middel reageert.
Toediening Homeopathische middelen worden via de slijmvliezen opgenomen. Hoe schoner deze zijn, hoe beter de opname is. U kunt het middel het beste rechtstreeks in de mond toedienen, met wat water (op een lepeltje of een spuit zonder naald) of een stukje brood. Geef het middel bij voorkeur niet direct voor, tijdens of na het eten.