Sluiten
Dursy advies
Zoeken op trefwoord: Zoeken

Advies

Hoefbevangenheid

Hoefbevangenheid is een ernstige aandoening van de hoeven die meestal voorkomt uit een probleem elders in het lichaam. Hoefbevangenheid staat min of meer in direct verband met het niet goed kunnen afvoeren van (lichamelijke) afvalstoffen, waardoor deze uiteindelijk de bloedsomloop kunnen beïnvloeden. Dit is het eerste merkbaar in de hoeven. Hoefbevangenheid kan zich langzaam ontwikkelen maar kan ook heel acuut optreden. Hoefbevangenheid (laminitis) is een ontsteking van de hoeflederhuid, die ervoor kan zorgen dat de hoefwand van het hoefbed loslaat en het hoefbeen kantelt of zinkt (de 'sinker'). Hoefbevangenheid uit zich in eerste instantie in stijver en gevoeliger lopen: het 'op eieren lopen'. Overige symptomen van hoefbevangenheid zijn onder andere de houding: in rust de voorbenen naar voren geplaatst en de achterbenen onder het lichaam gebracht. Het paard lijkt aan de grond genageld. Ook warme hoeven, die pijnlijk zijn bij het bekloppen met een hamertje op de voorzijde en de zool voor de punt van de straal zijn een uiting van hoefbevangenheid. Een paard dat na een dag op de wei, op de harde bodem of grind gevoelig loopt, moet direct door een dierenarts onderzocht worden. Bij chronische hoefbevangenheid raakt de hoef door een verstoorde groei vervormt, waarbij de karakteristieke ringen in de hoef ontstaan. De hoornkwaliteit is in zijn geheel slecht en de witte lijn is verbreed. Tip: tape bij twijfel twee rolletjes verband dwars over het achterste gedeelte van de hoef zodat het voorste gedeelte (voor de straalpunt) niet belast wordt. Als het paard dan duidelijk beter loopt op harde bodem is er grote kans op hoefbevangenheid.

Oorzaken
Veelvoorkomende oorzaken van hoefbevangenheid zijn: vers voorjaargras, teveel door het lichaam zelf aangemaakte gif- en/of afvalstoffen (zuren), stress, overbelasting, vergiftiging, een infectie elders in het lichaam en 'overeten'. Vooral vers voorjaargras wordt vaak aangewezen als een belangrijke oorzaak voor hoefbevangenheid. Lang werd gedacht dat dit door het hoge eiwitgehalte zou komen, maar deze theorie is inmiddels achterhaald. Het hoge eiwitgehalte levert hooguit een bijdrage aan het ontstaan van hoefbevangenheid. Recent is gebleken dat naar alle waarschijnlijkheid het hoge fructaangehalte van gras één van de belangrijkste veroorzakers van hoefbevangenheid is. Fructaan is een soort suiker dat door de grasplant wordt gemaakt onder invloed van zonlicht. Fructaan wordt slechts gedeeltelijk in de dunne darm opgenomen en vooral in de blinde darm en dikke darm verteerd. Hierdoor komen er te veel suikers in de blinde en in de dikke darm wat leidt tot een verstoring van de normale  bacteriehuishouding in de darmen. Het gevolg is dat er vervolgens gifstoffen ontstaan die hoefbevangenheid kunnen veroorzaken. Ook het geheel of gedeeltelijk achterblijven van de placenta in de baarmoeder na de geboorte en het gebruik van bepaalde medicijnen als bijv. antibiotica en prednison kunnen leiden tot hoefbevangenheid.
Daarnaast kan zogenaamde insulineresistentie de kans op het ontstaan van hoefbevangenheid drastisch verhogen. Bij insulineresistentie wordt er wel genoeg insuline aangemaakt, maar de cellen in het lichaam reageren niet meer goed op de insuline; ze zijn er ongevoelig voor geworden. Er is dan steeds meer insuline nodig om de cellen de glucose te laten opnemen. Op den duur kan dit leiden tot een verhoogd glucosegehalte in het bloed, wat de bloedvaten in de hoeven kan beschadigen. Dit wordt vaak veroorzaakt door rasgebonden aanleg (Shetlander, Welsh, IJslander, New Forest), overgewicht, te energierijke voeding, bepaalde ziekten als de ziekte van Cushing en/of een tekort aan magnesium, want magnesium maakt de cellen gevoeliger voor insuline.

Behandeling
Het herstel van hoefbevangenheid gaat langzaam; de stofwisseling is ernstig verstoord en vaak is er weefsel beschadigd. De aandoening vereist intensieve diergeneeskundige behandeling met o.a. ontstekingsremmers, koeling van de hoeven, boxrust en aangepast beslag. Paarden die al eens eerder hoefbevangen zijn geweest blijven er altijd gevoelig voor en dienen extra in de gaten gehouden te worden.

Voorzorgsmaatregelen
Hoewel hoefbevangenheid niet in alle gevallen te voorkomen is, kunt u wel een aantal voorzorgsmaatregelen nemen. Zorg ervoor dat uw paard in goede conditie de wei op gaat en zeker niet te dik is. Laat uw paard zeer langzaam aan het gras wennen en zet steeds kleine stukjes land af, waardoor u de hoeveelheid gras, die uw paard op kan nemen, beperkt. Let vooral ook op als het na een droge periode gaat regenen; ook dan kan er weer suikerrijk vers gras groeien. Het is tevens belangrijk om rekening te houden met het fructaangehalte van het gras als u uw paard in de wei zet. Bij warm zonnig weer is de beste graastijd ’s nachts en ’s ochtends. Als het warm bewolkt weer is, kunt u uw paard het beste ’s middags en ’s avonds laten grazen op de wei i.v.m. het fructaangehalte van het gras. Bij temperaturen rond het vriespunt is het fructaangehalte van het gras erg hoog, houdt hier dan ook rekening mee als uw paard hoefbevangen is of hier gevoelig voor is.  Hoefbevangenheid komt bij groeizaam weer dan ook de hele zomer en zelfs in september nog veel voor. Overvoer uw paard niet, voorkom plotselinge veranderingen in de voeding en zorg ervoor dat uw paard voldoende beweging krijgt.

Chronisch hoefbevangen
Paarden die gevoelig zijn geworden voor hoefbevangenheid en paarden die tobben met de gevolgen ervan (zoals hoefbeenkanteling en circulatiestoornissen) kunt u helpen door dagelijks extra antioxidanten en/of kruiden te geven die de lichamelijke afvoerprocessen en de bloedsomloop ondersteunen, zoals onder andere Paardebloem, Knoflook of Brandnetel. Geef weinig granen, zorg voor een aangepast beslag, beweeg vooral op zachte bodem en raadpleeg bij twijfel altijd uw dierenarts.

Ondersteunende ingrediënten zijn o.a.: Organisch zwavel, anti-oxidanten en Bentoniet Klei.